Klassen

2A Vormen meten: het sportveld

Op het sportveld van de Toon Arena meet je lijnen, cirkels en vlakken. Zo leer je afstand, omtrek en oppervlakte.

Het veld van de Toon Arena moet opnieuw worden uitgezet: de lijnen, de middencirkel, het doel en de tribunes. Je leert het verschil tussen een lijn, een lijnstuk en een punt, hoe je de kortste afstand meet, wat een cirkel is, welke vlakke figuren er zijn, en hoe je omtrek en oppervlakte uitrekent. Elke les begint met een plaatje van het veld of een rooster. Daarna volgt de uitleg in kleine stappen, en oefen je met uitleg bij elk antwoord. Je zet zelf een speelveld uit met tape of krijt. Aan het eind kiest de eindtoets de vragen die bij jou passen.

Wat je gaat leren

Lijnen en cirkels

  1. 1 Start hier: welkom op het veld
  2. 2 Lijn, lijnstuk en punt
  3. 3 Afstand en meten
  4. 4 De cirkel

Vormen, omtrek en oppervlakte

  1. 5 Vlakke figuren
  2. 6 Omtrek
  3. 7 Oppervlakte
  4. 8 Maak-opdracht: zet een speelveld uit
  5. 9 Eindtoets en eindrapport